Vrijdag 16 mei (1)
Ik heb de taxi om halftwee besteld, volgens Klazien te laat want we kunnen nu geen twee uur tevoren aanwezig zijn. Om 14:00 u zijn we op Schiphol en vinden na enig zoeken de goede balie. Inchecken, (de bagage wordt doorgelabeld tot Harare) en boodschappen doen (batterijen en toiletartikelen), dan is het wachten. Na ruim een uur wachten, vertrekken we vrijwel zonder vertraging (15:35) en vijf minuten later (Engelse tijd) zijn we op Heatrow, daar is het voorlopig weer wachten want de vlucht naar Johannesburg vertrekt pas om 19:30 u.We ontmoeten een aantal medereizigers en we besluiten met elkaar een biertje te drinken in de bar.
Voor we vertrekken nemen we aan een prettig decadente bar een sandwich zalm met daarbij een lekker glas witte wijn, goed tegen mijn opkomende verkoudheid.
De vlucht naar Joburg is minder comfortabel, de beenruimte is minimaal, we zitten als het ware ingeklemd tussen de stoelen. Zelfs met mijn leesbril op krijg ik het LCD-schermpje dat ons moet vermaken, niet scherp op het netvlies, slapen is nauwelijks mogelijk. Lijden dus.
Zaterdag 17 mei (2)
Na twaalf lange uren mogen we er uit. De luchthaven van Johannesburg is modern en gezellig en er is gelukkig ook een apotheek waar ik Otrivin koop om mijn stevig doorzettende verkoudheid wat te beheersen. Ook wisselen we de door Summum geadviseerde $50,- voor Zuid Afrikaanse rands.

Zondag 18 mei (3)
Na het ontbijt vertrekken we in een relatief net busje naar Harare. We zien de files bij de pompstations (kilometers, dagenlang wachten) en doen wat boodschappen (water, biltong) in een supermarkt. Hoewel er voldoende voedsel is blijken sommige artikelen toch heel schaars. Het brood dat net afgeleverd werd lokte een stormloop uit en was binnen enkele minuten uitverkocht.

Maandag 19 mei (4)
Na een goede nacht is het vroeg opstaan, we gaan ontbijten in een restaurant waar Vivian gisteravond middels een briefje onder de deur door, voor ons gereserveerd heeft. Het systeem blijkt te werken en na wat toast, scrambled eggs etc. gaan we terug naar het hotel, waar de auto’s voor onze eerste game drive al klaar staan.

Dinsdag 20 mei (5)
Ik wordt wakker, de trein staat weer stil, op mijn horloge is het acht uur (officiële tijd van aankomst) maar we hadden een flinke vertraging en kunnen dus nog niet in Vic Falls zijn. Of toch wel? Buiten zie ik onze reisgenoten met hun bagage op het perron staan, dat betekent SNELHEID GEBODEN. Tien minuten later, de trein staat nog steeds op zijn plek, voegen we ons bij de anderen.

Woensdag 21 mei (6)
Vandaag worden we vroeg1) opgehaald voor het kanoën. De rit stroomopwaards (± 40 km rijden, 20 km stroomopwaarts) is tevens een game drive en leverde behalve weer veel kou, mooie giraffen, olifanten en zebra’s op.

Donderdag 22 mei (7)
We zijn nu twee dagen in Vic Falls en hebben de Falls zelf nog steeds niet gezien. De verhalen van onze reisgenoten over de Falls zijn ook wat ontmoedigend. Samengevat komt het er op neer: het stuifwater belemmert het zicht bijna volledig en je wordt er bovendien drijfnat. We twijfelen of we er wel heen willen, de toegangsprijs van US$ 20,- p.p. (voor Mugabe?) werkt bovendien niet stimulerend.

Vrijdag 23 mei (8)
Vroeg opgestaan en na een kop koffie staan twee auto’s voor ons klaar. We gaan het Chobe Nationaal Park in, op zoek naar wild. De camping ligt direct tegen het park aan dus een snelle start vandaag. Aanvankelijk zien we weinig wild, maar na een halfuurtje begint het te lukken en na drie kwartier hebben al zoveel springbokken en impala’s gezien gefotografeerd dat we ze verder maar negeren. Ook veel andere diersoorten blijken bereid zich te vertonen, olifanten, giraffen, bavianen, gemsbokken, kudu’s, wildebeesten, nijpaarden met krokodil en ook een buffel (door Klazien uit de begroeiing gefloten), allemaal van dichtbij te zien en goed te fotograferen. Alleen de luipaard, de rinoceros en de leeuw laten het afweten.

Zaterdag 24 mei (9)
Vanuit Kassane vetrekken we naar Ngepi. De weg loopt voor een groot deel door de Namibische Caprivistrook, een raar aanhangsel aan Namibië dat ingeklemd ligt tussen Angola en Botswana. De route was tot voor twee jaar heel onveilig als gevolg van rondzwervende Angolese rebellen. Ook nu blijkt de route nog voor een deel onder militair toezicht te staan. Aan het einde van de rit zijn we, inmiddels getraind in de douaneformaliteiten, weer in Botswana. Onderweg is er weinig te zien.

Zondag 25 mei (10)
Na het ontbijt1 en opbreken/inpakken worden we door een andere truck opgehaald voor de rit naar de Ngoma Lodge, een sfeervol Afrikaans ingericht gebouw diep in de Panhandle aan de Okavango. De lunch bestaat uit koffie en warme toast met kaas en tomaat (waar ken ik dat van…).
Dan worden we met een motorboot over een rivierarm, die aan beide zijden is afgezet met manshoog en armdik papyrus, verder de delta ingebracht. Bij een eilandje schepen we in op een tiental mokoro’s2 (boomkano’s) die met gids / voortbomer voor ons klaar liggen. Na een rondvaart van zeker anderhalf uur komen we op een eilandje waar we ons kampement inrichten.

Maandag 26 mei (11)
Na het ontbijt breken we ons kampement op en laden alles weer in de mokoro’s. Na een rondvaart van een klein uur komen we bij een groter eiland, waar weer een rondleiding volgt. We zien behalve de uitbundige natuur, weinig bijzonders. Alleen een oude vissershut met het vaak gerepareerde wrak van een originele mokoro laat zien dat hier vroeger mensen woonden. Tegenwoordig wordt de bewoning van regeringswege ontmoedigd / beëindigd. Los hiervan vertrekken de mensen echter naar de stad. Zij prefereren inmiddels een meer geciviliseerd bestaan.

Dinsdag 27 mei (12)
Vandaag zijn we teruggekeerd naar Ngepi. Onderweg hebben we een uur of twee stilgestaan omdat.... er geen diesel meer in de tank zat. Het lukte niet om diesel te kopen bij de spaarzame voorbijgangers en er zat dus niets anders op dan met een jerrycan heen en terug liften naar de eerstvolgende pomp. Een taak voor Vivian die haar ruim twee uur kostte.

Woensdag 28 mei (13)
Vandaag liep heel vroeg (half vijf ) de wekker1) af, bij het licht van de zaklantaarn2) de tent opgebroken voor de lange en eentonige rit naar Ethosha. Yogi stond er op om zo vroeg te vertrekken want hij rekent op een rit van tien uur en in Etosha moet je op tijd binnen zijn, want bij zonsondergang (vandaag vijf voor half zes) gaat de poort zonder pardon dicht.

Donderdag 29 mei (14)
Harm is ziek, in eerste instantie wijten we dat aan het eten van gisteravond, maar dat is te makkelijk. Waarom zijn de anderen dan niet ook ziek? Naar later blijkt is Harm het eerste slachtoffer van een kleine epidemie die vrijwel iedereen vóór in de truck treft. De schuld ligt dus duidelijk niet bij het eten, er is kennelijk een gemakkelijk overdraagbaar beestje in het spel. Yogi hangt een andere theorie aan, volgens hem heeft het te maken met beestjes die via het stof in de truck tot ons komen. Beter schoonmaken dus.

Vandaag gaat de rit via één grote game drive naar Okaukuejo, een andere Etosha camping. Yogi weet allerlei waterholes te vinden en daar zien we een grote variëteit aan dieren drinken. Bij die waterholes is stilte geboden om de dieren niet te verstoren, maar dat is heel relatief, op echt dierlijke geluiden reageren ze niet. Het bewijs wordt geleverd door Ron, die terwijl hij zijn maag omkeert allerlei oerkreten uitstoot. Geen beest reageert, wel erg sneu voor Ron.
Vrijdag 30 mei (15)
Vanochtend vroeg weer op game drive en dat voegde weer een dier aan de catalogus toe. We hebben leeuwen gezien. De eerste twee leeuwen lagen op zeker twee honderd meter van de weg, nauwelijks te zien of te fotograferen. Toch klikken de sluiters, het zijn tenslotte onze eerste leeuwen in het wild. Even later blijken al die eerdere foto’s volstrekt overbodig. Op slechts een meter of twintig van de weg ligt een complete familie leeuwen zelfgenoegzaam in schaduw van een struik. Ze zijn bepaald niet schrikachtig en blijven wat slaperig naar ons kijken en ook andere auto’s brengen hen niet van hun stuk. Alleen één van de wijfjes krijgt op een gegeven moment genoeg van ons en wandelt statig weg.

Zaterdag 31 mei (16)
Vanmiddag zijn we gestopt in Outjo. Bij een backpackers winkel zat een traditioneel opgetuigde Himba-vrouw, voor $10,- mocht zij gefotografeerd worden, Klazien maakte van die gelegenheid graag gebruik en na een praatje met de dame gingen we verder. We pinnen wat geld, want het was eb in de portemonnaie en lopen verder. Ook Outjo is een net en kleurig stadje. Veel opschriften zijn in het Zuid Afrikaans en ook de traditioneel geklede Herero vrouwen vallen op.

Zondag 1 juni (17)
Het is zondagochtend en tijd voor iets cultureels. Vivian heeft daarom rotstekeningen voor ons in petto. Na een korte rit komen we bij de ‘receptie’ een strooien dakje op palen, waaronder wat informatie borden staan c.q. potentiële gidsen huizen.

Maandag 2 juni (18)
Bij het ontbijt weer klachten over lawaai en asociaal gedrag. Gezeur, moet je niet met zo’n reis mee gaan. Ik ga aan een andere tafel zitten.
Vandaag gaan we via Cape Cross naar Swakopmund. Onderweg verandert het aanvankelijk geaccidenteerde en hier en daar beboste landschap in een volstrekt lege steen- en later zandwoestein. Op een gegeven moment stopt Yogi en daar zien we in de verte de door de koude Benguëla-stroom veroorzaakte zeemist hangen die hier soms ver op het land reikt.
Dinsdag 3 juni (19)
Vannacht veel lawaai gehoord, we bleken recht boven de kroeg naast het hotel te liggen maar we hebben ons er weinig van aan getrokken. Vanochtend hebben we gehoord dat we een feestje in die kroeg gemist hebben. De anderen zijn gisteren gezamenlijk wezen eten en hebben daarna die kroeg opgezocht. Op het hoogtepunt schijnt Albert op de bar te hebben staan dansen. We hebben gisteren dus typisch de verkeerde keus gemaakt!

Woensdag 4 juni (20)
Vanochtend in het Treffpunkt ontbeten. Duitse ontbijten vallen hier met het traditionele engelse samen. Ei en spek zijn hier nauwelijks te vermijden.

Donderdag 5 juni (21)
Vanochtend onwijs vroeg opgestaan. Om half zes staan we al in het pikkedonker aan de poort van het Sossus park, we willen de zonsopgang in het park meemaken.
Vrijdag 6 juni (22)
Vanochtend hebben we voor de laatste maal onze tenten ingepakt, we moeten al langzaam afscheid gaan nemen van Afrika en daarvoor hebben we de hele dag de tijd. We rijden door het vlakke en rood-dorre Afrikaanse landschap met hier en daar een berg/heuvelruggetje en zien hier en daar nog wat impala’s, struisvogels en springbokken. De rit eindigt in Windhoek waar we volgens Vivian in een ‘heel eenvoudig’ hotelletje zullen overnachten. Ik vrees het ergste.
Zaterdag 7 juni (23)
’s-Ochtend rustig opgestaan, ingepakt en vervolgens bij Wimpy’s, een eindje verder op Independenceroad, ontbeten. Om half elf vertrekken we uit ons Mo-Town hotel in Windhoek. Na een kwartier zijn we bij Eros-airport. Helaas, foutje van Yogi, het is het verkeerde vliegveld. Het vliegveld waar we wel moeten zijn ligt op geruime afstand van Windhoek. Terug in de truck dus en racend naar het vliegveld. We hebben daar nog net voldoende tijd om afscheid te nemen van Vivian en Yogi. Er is dit keer weinig te wachten en we mogen vrijwel direct na het inchecken ook instappen.

Zondag 8 juni (24)
We zijn ‘s-ochtends vroeg (zeven uur) op tijd in Heathrow en drinken daar met dezelfde mensen als op de heenreis koffie. Na een laatste ronde wachten, stappen we met een kleine vertraging in een Airbus 320, die ons in een uurtje naar Schiphol brengt. Alle bagage blijkt daar ook te zijn en na zeventien keer kussen en tot ziens stappen we de aankomsthal in.
Na gepind te hebben kunnen we een taxi nemen. Het is dit keer een ongetemde allochtone chaffeur. Ondanks zijn hoge snelheid komt de meter op €62,50 te staan. Veel te veel. Als ik er wat van zeg rond hij het bedrag af op €60,- . Er klopt iets niet met deze taxi.
Ries & Klazien Kruidenier